
|
Spectaculaire resultaten in UZ Gent voor boogtherapie bij gevorderde baarmoederhalstumoren:
Dankzij een nieuwe vorm van radiotherapie, de intensiteitsgemoduleerde arc- of boogtherapie (IMAT), worden in het UZ Gent steeds meer patiënten met een uitgebreide en aanvankelijk niet te opereren baarmoederhalstumor succesvol behandeld.
Deze nieuwe therapie werd in het UZ Gent ontwikkeld en combineert een aantal belangrijke voordelen, die de kans op genezing verhogen en het risico op complicaties verminderen(1).
Wat is intensiteitsgemoduleerde boogtherapie?
Intensiteitsgemoduleerde boogtherapie is een nieuwe vorm van radiotherapie die drie voordelen combineert:
1. de dosis ter hoogte van de tumor kan worden opgedreven in eenzelfde aantal bestralingssessies. Dit resulteert in een hogere (sterkere) dosis per dag op de tumor, wat de kans op genezing verhoogt.
2. de dosis ter hoogte van de omliggende organen zoals blaas, dikke darm en vooral dunne darm wordt aanzienlijk verminderd, waardoor de kans op laattijdige complicaties zeer sterk daalt.
3. ook de dosis ter hoogte van de ondersteunende weefsels wordt beperkt, waardoor heelkunde opnieuw mogelijk wordt.
Al deze voordelen veronderstellen een heel precieze anatomische aflijning van de tumor en van alle omliggende organen, wat mogelijk is dankzij nieuwe radiologische technieken (o.a. 3 Tesla magnetische resonantie tomografie) en intense samenwerking tussen radiotherapeuten en radiologen.
In het UZ Gent worden baarmoederhalstumoren behandeld door een multidisciplinair team van gynaecologen, radiotherapeuten, medische oncologen, radiologen en pathologen. De nieuwe techniek werd sinds 2006 toegepast op meer dan 20 patiënten met een uitgebreide en in eerste instantie niet te opereren baarmoederhalstumor.
Patiënten hervallen niet.
Bij alle patiënten was er een spectaculaire regressie van de tumor, en 75% patiënten konden worden geopereerd. Bij alle patiënten werd radicale heelkunde toegepast (volledige tumor kon worden verwijderd) en bij de helft van de patiënten was de tumor zelfs verdwenen en bij 80% niet meer waarneembaar zonder microscoop. Er zijn tot op heden geen bijwerkingen opgetreden. Er wordt geen enkel herval in de onderbuik vastgesteld bij alle geopereerde patiënten.
(1)Radiotherapie en chemotherapie zijn sinds jaren de hoeksteen van de behandeling van lokaal gevorderde baarmoederhalskanker. Meestal wordt na een uitwendige bestraling nog een bijkomende inwendige bestraling (‘brachytherapie’) uitgevoerd. In geval van conventionele bestralingstechnieken, kan deze gecombineerde behandeling ernstige bijwerkingen met zich meebrengen bij 15 à 20% van de patiënten, zoals bijvoorbeeld beschadiging van de darm. Chirurgie na klassieke bestraling gaat eveneens gepaard met een hoog risico op bijwerkingen.
bron : hulporganisatie
|
|