Integratietegemoetkoming categorie 1 en 2.
Tekst verschenen in het staatsblad op 4 juni 2008
Met ingang van 1 juli 2008 verbetert de inkomenssituatie van gehuwde of samenwonende rechthebbenden op een Integratietegemoetkoming categorie 1 en 2. Het vrijstellingsbedrag op het inkomen van de partner wordt vanaf die datum drastisch verhoogd.
Love hurts
Een tegemoetkoming aan personen met een handicap wordt slechts toegekend na een grondig inkomensonderzoek. Hierbij wordt rekening gehouden met het eigen inkomen én met het inkomen van de partner.
Voor de inkomensvervangende tegemoetkoming is dat niet echt onlogisch. Dit soort tegemoetkoming heeft immers tot doel om mensen die geen (of onvoldoende) arbeidsinkomen hebben, een vervangingsinkomen te verschaffen. Wie reeds over een voldoende hoog inkomen beschikt, heeft geen recht meer op de inkomensvervangende tegemoetkoming.
Voor de integratietegemoetkoming is dit totaal anders. De Integratietegemoetkoming heeft tot doel de meerkosten te vergoeden die je als persoon met een handicap hebt. Of je een partner hebt of niet: de graad van zelfredzaamheid en de extra kosten die de handicap met zich meebrengen (o.a. dokterskosten, kosten voor medicatie, hulpmiddelen, aangepaste kledij, assistentie,…) zullen hierdoor niet veranderen.
Sinds juli 2001 wordt deze logica bij de berekening van de tegemoetkomingen gedeeltelijk bijgetreden. Voor wie recht heeft op categorie 3, 4 of 5 van de Integratietegemoetkoming, wordt het inkomen van de partner voor een groot gedeelte vrijgesteld. Op dit moment bedraagt die vrijstelling € 19.160,50. De inkomsten boven die grens worden bovendien slechts voor de helft meegeteld.
Uitbreiding vanaf 1 juli
Heel wat mensen met een lichtere handicap die slechts recht hadden op Integratietegemoetkoming categorie 1 en 2 bleven echter in de kou staan. Voor hen bleef het vrijstellingsbedrag dat werd toegepast op het inkomen van de partner immers een aanzienlijk stuk lager liggen (€ 1.757,40). Dat juist deze mensen (werknemers in een beschutte werkplaats, mensen met een auditieve handicap die weinig punten scoren op de zelfredzaamheidschaal, mensen met een licht mentale handicap die begeleid wonen,…) het best in staat zijn om nog zelfstandig te wonen en meer mogelijkheden hebben om een relatie aan te gaan, maakte de beperkte toepassing des te moeilijker om te begrijpen.
In de voorbije jaren liet VFG, samen met zusterorganisatie KVG geen enkele gelegenheid onbenut om er bij de beleidsverantwoordelijken op aan te dringen om de verhoogde vrijstelling uit te breiden tot alle rechthebbenden op een Integratietegemoetkoming.
Deze verzuchtingen kregen uiteindelijk gehoor. Vanaf 1 juli 2008 wordt het vrijstellingsbedrag op het inkomen van de partner gelijkgesteld voor alle rechthebbenden op een integratietegemoetkoming eenzelfde vrijstellingsbedrag van € 19.160,50 op het inkomen van de partner. Wat boven deze grens uitkomt, wordt slechts voor de helft in aanmerking genomen.
Voorbeeld
Laten we de impact van de maatregel illustreren aan de hand van een eenvoudig voorbeeld.
- Liliane, gehuwd met Bert heeft recht op Integratietegemoetkoming categorie II.
- Liliane heeft geen eigen arbeidsinkomen.
- Bert werkt voltijds en verdient hiermee een jaarlijks belastbaar inkomen van € 23.500.
- Een volledige Integratietegemoetkoming categorie II bedraagt op jaarbasis € 3.475,75.
- Op het inkomen van Bert wordt € 19.160,50 vrijgesteld. Er schiet dus nog € 4.339,5 over. Van dit resterend bedrag wordt maar de helft in aanmerking genomen: € 2.169,75.
- Hierdoor heeft Liliane recht op een Integratietegemoetkoming van 3.475,75 – 2.169,75 = € 1.306/jaar of € 108,83/maand
bron : vereniging voor personen met een handicap
|