|
richtlijnen
parkeerinrichtingen voor personen met een handicap
Provincie Antwerpen, Dienst Welzijn, Centrum voor Toegankelijkheid
en de Werkgroep Antwerpen Toegankelijk
Inhoud
1. Inleiding
2. Basisvereisten – normering
2.1. Wettelijke bepalingen
2.2. Parkeerplaats in winkelzones of centrumgebieden
2.2.1. Langsparkeerplaatsen: parkeerplaatsen langsheen de rijbaan
2.2.2. Dwarsparkeerplaatsen: parkeerplaatsen haaks of schuin
op de aslijn van de rijbaan
2.3. Parkeerplaats in woonomgeving
2.4. Openbare parkeerterreinen
2.5. Parkeermeters en parkeerautomaten
2.6. Parkeergarages
3. Parkeeronderzoek
4. Opmerking
Bijlage: checklist – parkeeronderzoek
1. Inleiding
Het vlot vinden van een degelijke (speciale) parkeerplaats heeft een uiterst positieve invloed op de mobiliteit van personen met een handicap. Dit is ondertussen algemeen aanvaard. Wegbeheerders nemen echter tal van maatregelen die niet steeds optimaal renderen. Het aanleggen van voldoende parkeerplaatsen voor personen met een handicap is immers meer dan alleen maar het aanbrengen van een pictogram op 6% van het totaal aantal parkeerplaatsen. Eerst en vooral moet men een geschikte plaats uitzoeken en dán de parkeerplaats aanpassen aan de noden van de gebruiker.
Er zijn immers twee verschillende groepen gebruikers: de groep die zich dient te laten voeren en de groep die zelf de auto kan besturen. Parkeerplaatsen voor personen met een handicap moeten dan ook in de mate van het mogelijke zo worden ingericht, opdat beide groepen op een veilige en comfortabele manier gebruik zouden kunnen maken van deze voorzieningen.
Parkeerplaatsen langsheen de rijbaan bv. hebben in de meeste gevallen als nadeel dat als de persoon met een handicap zelf de wagen bestuurt, hij dient uit te stappen aan de zijde van het verkeer en hierdoor veelal in een onveilige toestand beland. Bovendien wordt meer en meer gebruik gemaakt van elektrische rolstoelen. Deze worden met een zwaarder type voertuig getransporteerd. Het in- en uitrijden gebeurt meestal via de achterklep. Hierdoor stijgt de vraag naar grote parkeerplaatsen of parkeerplaatsen die haaks of schuin op de as van de rijbaan zijn aangebracht en die voldoende breed zijn.
Deze brochure tracht een aantal richtlijnen mee te geven die zijn opgesteld door specialisten en ervaringsdeskundigen. Deze richtlijnen moeten de wegbeheerders helpen om de parkeerplaatsen voor personen met een handicap zo aan te leggen dat ze ook maximaal renderen.
Een sterk handhavingsbeleid zal tot slot vermijden dat de genomen maatregelen tenietgedaan worden door foutparkeerders. Niet iedereen brengt immers het nodige begrip op voor de mobiliteitsproblemen die een handicap met zich kan meebrengen. Een goed evenwicht tussen preventieve en repressieve acties zal er mee voor zorgen dat er meer respect wordt opgebracht voor de maatregelen die genomen werden ten behoeve van personen met een handicap.
Top
2. Basisvereisten - normering
2.1. Wettelijke bepalingen
In het reglement wegverkeer (RWV) vindt men volgende reglementering:
Art 27 bis: “Parkeerplaatsen voorbehouden voor mindervaliden”
De parkeerplaatsen gesignaleerd zoals voorzien in art.70.2.3.3°.c) zijn voorbehouden voor voertuigen die gebruikt worden door de mindervaliden die houder zijn van de speciale kaart bedoeld in art. 27.4.3 of van het door art. 27.4.1 hiermee gelijkgesteld document. Die kaart of document moet aangebracht worden op de binnenkant van de voorruit of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het op die plaatsen geparkeerde voertuig.
Art. 70.2.3.3°.c) : “Verkeersborden die het parkeren toelaten of regelen (borden E9 a tot g)”
Een onderbord waarop het hiernavolgend symbool is afgebeeld, duidt aan dat het
parkeren voorbehouden is voor voertuigen die gebruikt worden door mindervaliden.
Bord E9a
onderbord
Voor plaatsen waar de parkeertijd beperkt wordt, geldt volgend reglement
Art. 27.4 : “Parkeerfaciliteiten voor mindervaliden”
27.4.1. De beperkingen van de parkeertijd gelden niet voor voertuigen die gebruikt worden door mindervaliden wanneer de speciale kaart bedoeld in 27.4.3. is aangebracht op de binnenkant van de voorruit of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig.
(Met de speciale kaart bedoeld in art.27.4.3 wordt gelijkgesteld het document dat in een ander land door de bevoegde overheid van dat land afgeleverd wordt aan mindervalide die voertuigen gebruiken en waarop het symbool afgebeeld onder 70.2.1.3°.c)
.
27.4.2. De speciale kaart vervangt de parkeerschijf wanneer het gebruik daarvan verplicht is.
De regeling voor betalend parkeren op de openbare weg kan afwijken van gemeente tot gemeente. Het is sterk aan te bevelen om houders van de speciale parkeerkaart steeds vrij te stellen van deze betaling. De meeste gemeenten doen dit ook.
Verder werden een aantal normen vastgelegd in de omzendbrief van 16 februari 2001, gewijzigd bij omzendbrief van 24 maart 2003.
2.2. Parkeerplaatsen in winkelzones of centrumgebieden
Aantal plaatsen:
Op parkeerterreinen wordt aanbevolen 6% of 1 plaats per begonnen schijf van 17 parkeerplaatsen voor te behouden aan personen met een handicap.
Ligging:
- Parkeerplaatsen bij gebouwen (openbare en publiek toegankelijke): zo dicht mogelijk bij de ingang van het gebouw. Loopafstand maximaal 50m.
- Parkeerplaatsen in een parkeergarage: zo dicht mogelijk bij lift of voetgangersweg zonder drempels.
- Algemene parkeerplaatsen: evenredig verspreid.
De plaatsen die dienen voorzien te worden van parkeerplaatsen voor personen met een handicap en de daarbij geldende voorschriften zijn vermeld in het K.B. van 17 juli 1975 en in de omzendbrief van 16 februari 2001, gewijzigd bij omzendbrief van 24 maart 2003.
2.2.1. Langsparkeerplaatsen: parkeerplaatsen langsheen de rijbaan
Meer en meer voertuigen gebruiken een laadklep achteraan voor het vervoeren van elektronische rolwagens. Parkeerplaatsen die hiervoor worden ingericht dienen 7,50 m lang (L) te zijn.
A. Normale parkeerplaats, lengte = min. 5.00m à 6.00m
L. Parkeerplaats PmH, lengte = min. 6.00m à 7.50m
B. Parkeerplaats, breedte = min. 2.50m à 3.00m
Een langsparkeerplaats dient op een afstand van minder dan 50m van een openbaar of publiek gebouw of een belangrijke bestemmingsplaats voor personen met een handicap te worden aangelegd.
Het nadeel van een langsparkeerplaats is dat indien de persoon met een handicap zelf de bestuurder is, hij dient uit te stappen langs de zijde waar het verkeer rijdt. Wanneer hij dan ook nog rolstoelgebruiker is, kan men moeilijk spreken van een comfortabele en veilige situatie.
Verkeerssignalisatie: ofwel
Het aanvangsbord van de zone met afstandbepaling (veelvouden van 5m) of een aanvangsbord van de zone zonder afstandbepaling en aan het einde van de zone een bord dat de regeling voor de volgende parkeerplaatsen aangeeft. (zie voorbeeld blz. IV./6)
Door de parkeerplaats in te planten als eerste plaats bij de hoek met een andere straat en dit hoekpunt te voorzien van een uitbouw ontstaat er een ruimte tussen het uiterste punt van de uitsprong en de parkeerplaats. In deze ruimte kan men dan veel veiliger uitstappen doordat niemand te dicht langs de voertuigen kan rijden. De boordsteen achter de parkeerplaats dient verlaagd te zijn zodat rolstoelgebruikers makkelijk op het voetpad kunnen.
- Verkeerssignalisatie
Deze plaatsen worden aangeduid met het wettelijk voorzien verkeersbord (E9 a tot g) met onderbord (rolstoel pictogram). Deze dienen opgesteld met het front naar de rijrichting van het verkeer. Indien aan het einde van de zone geen bepaald parkeerregime begint, wordt onder het eerste bord een afstandsaanduiding van de zone aangebracht. Indien er wel een bepaald parkeerregime aanvangt, wordt het verkeersbord ervan aan de aanvang geplaatst (zie fig. 3).
De ganse parkeerzone voorbehouden voor personen met een handicap wordt liefst volledig blauw gekleurd en voorzien van het rolstoelpictogram.
In de wet staat nog steeds de term “mindervaliden”. De gangbare term nu is: “personen met een handicap”.
Dwarsparkeerplaatsen: parkeerplaatsen haaks of schuin op de aslijn van de rijbaan
b: breedte parkeervak min. 2.00m
B: breedte
Er dient een vrije loopruimte te zijn naast de voorbehouden parkeerplaatsen (1.50 m), dit om het in- en uitstappen veilig en comfortabel te laten verlopen. De ruimte tussen de parkeerplaatsen voor personen met een handicap kan gemeenschappelijk gebruikt worden en blijft daarom gelijk aan 1.50m (zie fig. 4).
De vrije ruimte mondt uit op het voetpad met een verlaagde rand, zodat men vlot van het parkeerterrein op het voetpad geraakt met een rolstoel.
Bij dwarsparkeerplaatsen die onder een hoek worden aangelegd, gelden dezelfde maten. Het voordeel van een dergelijke opstelling is dat men gemakkelijker in en uit deze plaatsen kan rijden (zie fig. 5).
Verkeerssignalisatie: Deze plaatsen worden aangeduid met het wettelijk voorzien verkeersbord (E9 a tot g) met onderbord (rolstoel pictogram ). Deze dienen opgesteld te worden met het front naar de rijrichting van het verkeer. Indien aan het einde van de zone geen bepaald parkeerregime begint, wordt onder het eerste bord een afstandsaanduiding van de zone aangebracht. Indien er wel een bepaald parkeerregime aanvangt, wordt het verkeersbord ervan aan de aanvang geplaatst (zie fig. 5).
De ganse parkeerzone voorbehouden voor personen met een handicap wordt liefst volledig blauw gekleurd en voorzien van het rolstoelpictogram. De tussenzones dienen beveiligd te worden met paaltjes (b.v. plooibakens) om te verhinderen dat een kleine auto zich tussen de normaal geparkeerde voertuigen zou zetten.
Top
2.3. Parkeerplaatsen in woonomgeving
Personen met een handicap kunnen in de meeste gemeenten in de omgeving van hun woning of werkplaats een parkeerplaats voor personen met een handicap gereserveerd krijgen. De procedure voor de aanvraag ervan verschilt van gemeente tot gemeente maar deze dient te voldoen aan de richtlijnen vervat in de omzendbrief van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur van 16 februari 2001.
Indien deze plaats wordt voorzien in de omgeving van de woning van deze personen, dan wordt zij aangelegd volgens de plaatselijke mogelijkheden en volgens de aard van de handicap van de betrokkene. Daarbij kan een grotere loopafstand van en naar deze plaats geaccepteerd worden of juist niet.

Bij deze plaatsen hoeft er geen pictogram op het wegdek aangebracht te worden, omdat deze plaatsen geen bestendig karakter hebben (bv. verhuis, overlijden, …) (fig. 6).
Deze plaatsen moeten regelmatig nagekeken te worden (wie woont of werkt er nog, is de betrokkene verhuisd?…). Deze plaatsen moeten op een eenvoudige manier opnieuw als een normale parkeerplaats kunnen fungeren indien de aanvrager er geen gebruik meer van maakt.
2.4. Openbare parkeerterreinen
Onder openbare parkeerterreinen verstaan we zowel terreinen die tot het openbaar domein behoren als terreinen met een openbaar karakter (b.v. parkeerterreinen aan supermarkten, enz.)
Dwarsparkeerplaatsen worden aanbevolen.
Langsparkeerplaatsen enkel daar waar veiligheid en comfort het toelaten.
Bij herinrichting van de openbare parkeerplaatsen is het niet de bedoeling om alle lijnen weg te werken en nieuwe te schilderen. Men kan van drie bestaande plaatsen twee grote maken, liefst aan de hoeken.
De voorkeur gaat uit naar een duidelijke afbakening van de voorbehouden plaatsen (ook bij langsparkeerplaatsen)
Toegangsweg en omgeving
De aansluitende voetpaden, trottoirafritten en toegangswegen moeten vanaf de parkeerruimte bereikbaar en bruikbaar zijn, vlak, slibvrij en zonder drempels.
Op grote terreinen dienen steeds afzonderlijke doorgangen voor voetgangers (min. 1.50m breed) voorzien worden. Deze moeten voorzien zijn van gids- of geleidelijnen.
Toegangspad of trottoirafrit: min. 1,50 m breed
Drempels: max. 2 cm
Hellingsgraad: 1 : 6
Max. 5 % voor een lengte van 10 m
Max. 7 % voor een lengte van 5 m
Max. 10 % voor een lengte minder dan 1 m
Begin of einde van het hellend gedeelte mag niet in een goot terechtkomen. Het gevaar bestaat dat men met de voetplaten van de rolstoel vastgeraakt.
Advies in verband met de markering
Volledig parkeervak met blauwe ondergrond met wit pictogram rolstoel of zeer groot pictogram (blauwe ondergrond wit teken rolstoel)
Duidelijke belijning (wit)
De instapzones naast het parkeervak dient aan de straatzijde beveiligd met een plooibaken. Hiermee voorkomt men dat kleine wagens tussenin zouden parkeren.
Advies in verband met de signalisatie
Verkeersbord E9a + pictogram rolstoel + pijl aanvang zone met afstandbepaling (Zie voorbeelden op fig. 1 tot 6. Front naar de rijrichting).
Steeds plaatsen aan het begin en het einde van de zone in de rijrichting
Hoogte borden: minstens 2 m / max. 2,50m
Om oneigenlijk gebruik te voorkomen kan men bijkomende vermeldingen plaatsen zoals b.v. :
Wil jij mijn parkeerplaats,
neem dan ook mijn handicap!
Opmerking
Op foto 1 merkt men dat de verkeersborden niet geplaatst zijn volgens de wettelijke voorschriften, nochtans is deze opstelling veel logischer en duidelijker. Dit kan omdat de parkeerplaats niet op de openbare weg staat (parking van een winkelcentrum).
Het is ook aangewezen om alle openbare parkeerplaatsen breed genoeg te maken zodat het in- en uitstappen voor iedereen veilig en comfortabel kan gebeuren. Denk maar aan ouders met de buggy, de boodschappen, kinderen,…. Veelal worden deze plaatsen voor personen met kinderwagens of kinderen roze gekleurd.
2.5. Parkeerautomaten en parkeermeters ( Fig 7 )
Bij het plaatsen van parkeerautomaten/parkeermeters dient men er rekening mee te houden dat de bedieningsknoppen en het leestoestel (display) op een verantwoorde hoogte worden aangebracht. Dit betekent op minimum 0,90 m en maximum 1,20 m hoogte (fig. 7 en 8)
.
2.6. Parkeergarages
Hiervoor gelden dezelfde normen als beschreven voor parkeerterreinen.
Er dient veel aandacht geschonken te worden aan de bereikbaarheid van en naar de wagen. Deze dient zonder hindernissen te zijn.
Doorgangen moeten minimaal 1.50m breed zijn
Deuren worden best vermeden of dienen automatisch te zijn (geen draaideuren)
Plaatsen voor personen met een handicap liefst zo dicht mogelijk bij de in- uitgang van de garage.
Indien gebruik dient gemaakt te worden van een lift dient deze groot genoeg te zijn (deuropening minimum 90cm, liftruimte minimaal 1m bij 1.30m.
Goede verlichting
Betaalautomaat op een bereikbare plaats en met de juiste lees hoogte voor het beeldscherm (zie par. 2.5.)
In het verleden werden parkeerplaatsen voor personen met een handicap vaak ingericht door enkele lijnen te schilderen op eender welke plaats. Echter, de eerste vraag die men zich moet stellen is: waarvoor zal deze plaats gebruikt worden, voor lang- of kortparkeren?
Ook mensen met een handicap weten dat zij niet steeds voor de winkel of het gebouw waar zij moeten zijn, zullen kunnen parkeren. Daarom is het aangewezen om plaatsen te groeperen om het comfort te vergroten.
Het is noodzakelijk dat men een onderzoek doet en een inventarisatie maakt van de bestaande plaatsen en nagaat of deze voldoen aan de gestelde eisen en doelstellingen.
In de bijlage vindt men een voorbeeld van een checklist. Hiermee kan men nagaan of de huidige plaats wel voldoet. Het is ook mogelijk om deze lijst te gebruiken wanneer men een nieuwe locatie heeft, om na te gaan of deze aan alle vereisten zal voldoen, vooraleer ze in te richten.
In functie van de leesbaarheid van het straatbeeld en om kosten te besparen, valt het te overwegen om bij aanleg of heraanleg van straten steeds en systematisch de eerste plaats in de rijrichting volgend na een straathoek, in te richten als parkeerplaats voor personen met een handicap (zie ook figuur 3 ).
Inventarisatie parkeerplaatsen |
checklist |
Locatie |
Advies |
Straat: |
|
Huisnr.: |
|
Aantal voorbehouden plaatsen: |
|
Type
|
|
Langsparkeerplaatsen: ja / neen |
|
Dwarsparkeerplaatsen: ja / neen |
|
Afmetingen (schets) |
|
|
|
Lengte: Breedte: |
|
Zichtbaarheid / signalisatie |
|
Verkeersbord: E9a + onderbord: ja / neen |
|
Volledig vak blauw: : ja / neen pictogram: ja / neen |
|
Ondergrond parkeervak: kassei / betonklinker / asfalt |
|
Bijzonderheden: |
|
Toegangsweg / Omgeving
|
|
Drempels: ja / neen hoogte: |
|
Helling: ja / neen |
|
Toegangsweg: ja / neen breedte: |
|
Zijn er obstakels: ja / neen |
|
Welke: |
|
Opmerkingen |
|
| |
|
| |
|
Naam onderzoeker: |
Datum: |
| |
|
|
indredactie: Peter Raats
Top
|